Bomen

 

 

Als de lente komt dan bloeien de bomen,

in de zomer staan ze vol in blad.

Ik verlang naar de herfst wanneer ik jou weer zie,

op het winterterras onder oude platanen.

 

HV

 

 

Een bekende Japanse dichter werd gevraagd hoe je een Chinees gedicht schrijft.

"Het gebruikelijke Chinese gedicht bestaat uit vier regels," legde hij uit. "De eerste regel bevat de beginzin, de tweede regel is de voortzetting van die zin; de derde regel keert zich af van dit onderwerp en begint een nieuw onderwerp en de vierde regel brengt de eerste drie regels samen.”

 

 

 

Alleen in het hart van de ander

kun je jezelf echt zien,

dat het goddelijke in je huist

ontdek je dan ook nog bovendien.

 

HV

 

Remember, only in another person’s heart can you truly see yourself and the presence of God within you. (Forty Rules of Love – Elif Shafak).

 

 

 

De doden en het leven dat zij leefden

Wij kennen en ervaren hen nog goed

Het zit ons als het ware in het bloed

Met alles wat wij aan hen beleefden

 

Wij voelden dat onze handen beefden

Bij menig afscheid, menig laatste groet

En voelen nu nog steeds die warme gloed

Van hoe vast wij aan elkander kleefden

 

Ach mensen, wij hebben niets te kiezen

Helaas aan ‘t sterven staan allen wij bloot

En ook óns aller einde komt eraan!

 

Maar weet dat wat wij vrezen te verliezen

Aan die machtig sterke armen van de dood

Toch in ‘s levensbloed zal blijven voortbestaan!

 

 

De oude dorpskerk met zijn spitse toren

Het roestig haantje staat erbovenop

 

De band met het dorp is hij al verloren

Na zijn verhuizing kwam dat tot een stop

Zijn leven verandert, dat is geen strop

En klokgelui wil hij niet langer horen

              

Als kind werd hij in een dorpje geboren

In datzelfde dorpje groeide hij op

 

Hij laat zich nu niet langer ringeloren

Als volwassen man met een goeie job

Geen kind meer, geen emoties in zijn kop

Alleen ’s nachts, komen die zijn rust verstoren

 

Zijn jongenslach kon moeders hart bekoren

En vader vertelde graag een goeie mop

 

Sonnet, Nijmeegs

 

 

Geliefden die zijn overleden

Zijn toch nog deel van ons bestaan

 

De doden, uit de tijd getreden,

Voelen ver bij ons vandaan

En, ‘t klinkt misschien wel erg profaan,

Daarmee zijn wij ontevreden

              

Ja, zij leefden in het verleden

En zijn toen van ons heengegaan

 

Wij voelen ons zo afgesneden

En zijn daardoor ook erg ontdaan

Alsof de toekomst is vergaan

Hoe stel je dan je ziel tevreden?

 

Zij vormden wortels voor ons heden

Opdat wij groeien, verdergaan

 

Sonnet, Nijmeegs

 

 

Wij lopen samen door die mooie straten

Onze levens versmolten met elkaar

 

Je bent nu weg, ik ben in alle staten

Zeg toch waar je bent, maak een klein gebaar

Ik zal je blijven missen, reken maar!

Verdriet verdooft me, mij kan niets meer baten

 

Ik hou van jou en zal je nooit verlaten

Mijn liefde groeit en bloeit op dit trottoir!

 

Waarom toch, heb je mij alleen gelaten?

Nu leef ik zonder jou en dat is zwaar

Zodat ik pijn en veel verdriet ervaar

Liefje, ik zou zo graag weer met je praten

 

Ik krijg het nu wel heel sterk in de gaten

Jij bent in mijn hart en blijft altijd daar!

 

HV

 

 

Hoog in de lucht drijven wolken van licht.

De oude pessimist kijkt omhoog

hij ziet het blauw, het wit, de zon

en zelfs een regenboog!

 

Een schaduw valt over zijn gezicht.

‘De wolken worden zwaarder’, zegt hij

‘in het westen wordt het al donker,

nog even en de zomer is voorbij’.

 

 

De nachten koud,

de dagen kort.

de lindeboom,

die gister geurde:

steeds minder blad.

 

En in het zwart

de sterren,

steeds meer.

Nog even:

Winter!

 

 

Mijn kindertijd lijkt pas zo kort geleden

Alsof ik gisteren in slaap ben gegleden,

even droomde en nu weer wakker word,

die droom blijkt nu mijn verleden!

 

 

Nog ligt er sneeuw op hard bevroren grond

Straks zullen daar weer zomerbloemen bloeien

Want lente sloot met winter dit verbond:

De aarde rust zodat zij straks kan groeien